Visonderzoek
Oldambtmeer barst van de snoeken
De cijfers van het visstandonderzoek dat in maart 2010 werd uitgevoerd zijn bekend. In het Oldambtmeer zwemt per hectare 89 kg vis. Dat is een veelvoud van de hoeveelheden in andere Groningse meren. 'Dit is een goed signaal’ zegt Peter Jan Schollema van het waterschap Hunze en Aa’s dat de opdracht gaf voor het onderzoek.
De meest belangrijke conclusies op basis van het onderzoek:
Het Oldambtmeer heeft nu een visstand van 89 kg/ha vis. (Ter vergelijking de metingen van de andere meren in 2009: Het Zuidlaardermeer bevat 93 kg/ha, Hondshalstermeer 183 kg/ha, Schildmeer 46 kg/ha.) Het Oldambtmeer bevat 11 soorten (Andere meren in 2009: Het Zuidlaardermeer bevat 16 soorten, Hondshalstermeer 12 soorten, Schildmeer 12 soorten.) Het aantal soorten is ten opzichte van 2007 niet gewijzigd.
De visstand in het meer bestaat voornamelijk uit Baars, Blankvoorn, Brasem en Snoek (uitgedrukt in biomassa in kg/ha) Op dit moment is er sprake van een gezonde soorten opbouw.
Vergeleken met de andere meren zit er veel snoek in het Oldambtmeer met 4,6 kg/ha (Ter vergelijking de metingen van de andere meren in 2009: Het Zuidlaardermeer bevat 1,4 kg/ha, Hondshalstermeer 1,4 kg/ha, Schildmeer 2 kg/ha.). Dit is een goed signaal dat er voldoende dekking voor de jonge snoekjes in de vorm van vegetatie in het meer aanwezig is. Snoeken zijn namelijk grote kanibalen die hun eigen jongen ook opeten als ze die vinden. Voldoende dekking in de vorm van vegetatie is dus van levensbelang voor de jonge snoekjes. In de bemonsteringen zagen we ook een gezonde leeftijdsopbouw in de aanwezige jaarklassen.
Naast de aanwezigheid van veel snoek is ook de ontwikkeling van Zeelt en Rietvoorn een positief teken dat goed past in de ontwikkeling van een helder vegetatierijk meer. De aantallen zijn nu nog laag maar dat zal de komende jaren wel gaan toenemen. Soorten die we op andere meren wel zien en hier ontbreken hebben vooral te maken met het ontbreken van een open verbinding met de zee. Soorten als Driedoornige Stekelbaars en Paling worden nog niet aangetroffen in het meer. In de noordelijke vaarverbinding die gepland is tussen het Oldambtmeer en het Nieuwe Kanaal wordt voorzien in een verbinding voor vissen. Hierdoor kunnen deze soorten in de toekomst vanuit zee ook het Oldambtmeer bereiken.
Daarnaast ontbreken er nog enkele soorten die wel in de omgeving voorkomen maar nog niet in het meer gesignaleerd zijn. Het gaat hierbij om soorten als de kroeskarper en de kleine modderkruiper. Deze soorten zullen na de realisatie van de verbinding met het Nieuwe Kanaal ook het Oldambtmeer kunnen bereiken. Dit is slechts een kwestie van tijd… Tot zover in het kort een aantal interessante feiten en conclusies. De overall conclusie is dat het meer zich tot nu toe positief ontwikkeld met een gezonde visstand. Het waterschap zal dit de komende jaren blijven volgen. De volgende bemonstering van de visstand staat gepland voor 2013.
Oldambtmeer barst van de snoeken
De meest belangrijke conclusies op basis van het onderzoek:
Het Oldambtmeer heeft nu een visstand van 89 kg/ha vis. (Ter vergelijking de metingen van de andere meren in 2009: Het Zuidlaardermeer bevat 93 kg/ha, Hondshalstermeer 183 kg/ha, Schildmeer 46 kg/ha.) Het Oldambtmeer bevat 11 soorten (Andere meren in 2009: Het Zuidlaardermeer bevat 16 soorten, Hondshalstermeer 12 soorten, Schildmeer 12 soorten.) Het aantal soorten is ten opzichte van 2007 niet gewijzigd.
De visstand in het meer bestaat voornamelijk uit Baars, Blankvoorn, Brasem en Snoek (uitgedrukt in biomassa in kg/ha) Op dit moment is er sprake van een gezonde soorten opbouw.
Vergeleken met de andere meren zit er veel snoek in het Oldambtmeer met 4,6 kg/ha (Ter vergelijking de metingen van de andere meren in 2009: Het Zuidlaardermeer bevat 1,4 kg/ha, Hondshalstermeer 1,4 kg/ha, Schildmeer 2 kg/ha.). Dit is een goed signaal dat er voldoende dekking voor de jonge snoekjes in de vorm van vegetatie in het meer aanwezig is. Snoeken zijn namelijk grote kanibalen die hun eigen jongen ook opeten als ze die vinden. Voldoende dekking in de vorm van vegetatie is dus van levensbelang voor de jonge snoekjes. In de bemonsteringen zagen we ook een gezonde leeftijdsopbouw in de aanwezige jaarklassen.
Naast de aanwezigheid van veel snoek is ook de ontwikkeling van Zeelt en Rietvoorn een positief teken dat goed past in de ontwikkeling van een helder vegetatierijk meer. De aantallen zijn nu nog laag maar dat zal de komende jaren wel gaan toenemen. Soorten die we op andere meren wel zien en hier ontbreken hebben vooral te maken met het ontbreken van een open verbinding met de zee. Soorten als Driedoornige Stekelbaars en Paling worden nog niet aangetroffen in het meer. In de noordelijke vaarverbinding die gepland is tussen het Oldambtmeer en het Nieuwe Kanaal wordt voorzien in een verbinding voor vissen. Hierdoor kunnen deze soorten in de toekomst vanuit zee ook het Oldambtmeer bereiken.
Daarnaast ontbreken er nog enkele soorten die wel in de omgeving voorkomen maar nog niet in het meer gesignaleerd zijn. Het gaat hierbij om soorten als de kroeskarper en de kleine modderkruiper. Deze soorten zullen na de realisatie van de verbinding met het Nieuwe Kanaal ook het Oldambtmeer kunnen bereiken. Dit is slechts een kwestie van tijd… Tot zover in het kort een aantal interessante feiten en conclusies. De overall conclusie is dat het meer zich tot nu toe positief ontwikkeld met een gezonde visstand. Het waterschap zal dit de komende jaren blijven volgen. De volgende bemonstering van de visstand staat gepland voor 2013.
