Waterplanten in het Oldambtmeer

Het water in het Oldambtmeer heeft zich in enkele jaren ontwikkeld tot schoon en helder meerwater. Dit was ook het streven bij de aanleg van het meer. Waterplanten en met name kranswieren zijn hierbij een belangrijke factor. Ze zorgen voor een goede waterkwaliteit. In een nieuw meer duurt het ongeveer 10 jaar voordat het ecologisch evenwicht bereikt is met verschillende soorten planten en dieren. Die kranswieren groeien laag bij de bodem (50 tot 60 cm hoog) waardoor het water erboven open en goed bevaarbaar blijft. Ze geven een stofje af waardoor andere planten in hun naaste omgeving moeilijk kunnen groeien. Ze drukken dus als het ware andere waterplanten weg. Daardoor zal op den duur de extreme groei van de ‘overlast veroorzakende’ waterplanten afnemen. Veel mensen zijn in Blauwestad aan het water gaan wonen en willen ook genieten van dat water. De recreatie op en in het meer, zoals vissen, zwemmen en varen, is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Een schoon en helder meer heeft grote aantrekkingskracht op de recreërende mensen. De gemeente en de provincie voeren als taak de recreatieve voorzieningen en het vaarwegbeheer uit. In dit kader zorgen zij ervoor dat de waterplanten in  de vaargebieden worden gemaaid en dat deze de recreanten niet tot last zijn. Het waterschap heeft als taak voor schoon water te zorgen en voor een goed peilbeheer. 

Waterplanten en schoon water
Vanaf de aanleg van het meer ontwikkelde de ecologie van het meer met zijn planten en dieren zich tot een gezond meer. Hiervoor zijn bij de start een aantal maatregelen genomen.

  • De oorspronkelijke landbouwgrond is eerst minimaal 100 cm omgeploegd om de oude meststoffen diep in de grond te krijgen.
  • Op enkele plekken in de toekomstige waterbodem zijn kweekvijvers aangelegd met kranswieren. Deze planten groeien laag op de bodem en moeten zich verspreiden over de hele bodem als het meer vol is met water.
  • Het vulwater is schoongemaakt voordat het in het meer werd binnengelaten
  • Er zijn natuurvriendelijke oevers met rietkragen die zorgen voor een natuurlijke zuivering van het water.
Huidige ontwikkeling
In de periode van 2007 tot 2009 was circa 30 tot 40 % van het meer bedekt met waterplanten. Dat is in 2010 toegenomen naar 60 tot 80 % van het meer. Dit kwam vooral door een sterke toename van soorten als smalle waterpest, aarvederkruid en enkele fonteinkruiden. Dit leverde zoveel overlast op voor de boten dat besloten is delen van het meer te maaien. Door gericht maaibeheer is het streven om de overlast van waterplanten te beperken. Omdat het meer nog geen 10 jaar in ontwikkeling is, zal er de aankomende jaren nog regelmatig gemaaid moeten worden.


maaiboot
Waterkwaliteit en toekomstige ontwikkeling
Het Oldambtmeer zit nu in het midden van een ontwikkelingsfase dat nog een aantal jaren zal duren. Het waterschap blijft de waterkwaliteit in de gaten houden door metingen te verrichten naar de stoffen, planten en dieren die in het water zitten. De hoeveelheid voedingsstoffen in het water is laag. Er komt voldoende licht op de bodem van het meer waardoor planten zich goed kunnen ontwikkelen. De kranswieren nemen jaarlijks toe en tussen 2007 en nu in 2011 is dat van 1% naar 21% opgelopen. Naar verwachting zal de toename de kranswieren verder doorzetten waardoor de hoeveelheid ‘overlast veroorzakende waterplanten’ verder zal afnemen.  Het duurt alleen nog een paar jaar voordat de ecologie in balans is.Uiteindelijk is het doel een mooi, helder en schoon meer met een goede waterkwaliteit waar het heerlijk en veilig wonen, recreëren, zwemmen, varen en vissen is.

Juli 2011
Waterschap Hunze en Aa’s