Renate, Armijn en Rosa.
Een permanent vakantiegevoel.
Renate en Armijn verhuisden met hun dochter vanuit de Randstad naar Blauwestad. Ze wonen in het Arsenaal. Toen ze hier voor het eerst kwamen, waren ze gelijk verkocht. Renate weet nog precies waarom: “Het was de sfeer, het enthousiasme van de mensen, het buitenleven, het water … het trok ons gelijk aan.” Dochter Rosa moest wel even wennen aan het idee: “Ja, het is hier natuurlijk best wel rustig. Je laat je vrienden en je school achter. Maar toen we hier eenmaal naartoe waren verhuisd, werd ik heel snel verliefd op Blauwestad en nu voel ik me echt thuis hier.” Moeder is het daar helemaal mee eens: “Vanuit huis blijft het iedere dag weer een permanent vakantiegevoel. Ja, wat wil je nog meer?”
(publicatie: 2026)
Filiz.
Niet van plan om weg te gaan.
Filiz woont al sinds 2008 in Blauwestad. Terwijl ze haar kinderen hier zag opgroeien, groeide ook Blauwestad op tot een volwassen woongebied. Ze voelt zich hier super thuis: “Ik pak vaak de fiets voor een rondje Ditzum of Bunde. Je bent zo in Duitsland. Als het te warm is om daarna hard te lopen, pak ik de SUP en ga ik samen met mijn hondje heerlijk afkoelen op het water. Als het daar te warm voor is, pakken we de boot en gaan we een stukje varen.” Met haar huis en tuin kan Filiz de heimwee naar haar vaderland helemaal uitschakelen. “Ik ben niet van plan om hier weg te gaan.”
(publicatie: 2026)
Robin en Kerstin.
Genieten van het leven.
Robin en Kerstin vinden de voorzieningen in Blauwestad echt top: “Sinds een aantal jaren is hier een fietsbrug, waardoor je heel snel in Winschoten bent.” Ook voor hun dochtertje van drie is er genoeg te beleven. Robin: “Er zijn speeltuinen hier in de buurt. En er is een strandje, waar ze lekker kan zwemmen en in het zand spelen.” Kerstin geniet elke dag vooral van de natuur: “Als ik bijvoorbeeld mijn dochter naar de opvang breng, fiets je zo mooi over het water en dan zie je die watervogels, de zwanen. En als de zon dan ook nog zo mooi schijnt, dat vind ik echt genieten van het leven eigenlijk. Zo’n klein moment.”
(publicatie: 2026)
