De rups en de vlinder.
… Op donderdag 12 mei, landt om één uur in de middag een donkerblauwe helikopter, type A-247, die koningin Beatrix meebrengt.
De voorbereiding was immens geweest. Tot in de wijde omtrek is het terrein uitvoerig gecontroleerd: er liggen toch geen explosieven? De aanwezigen zijn strak geregisseerd. Wie mag waar komen en wie niet, wie wordt uitgenodigd, wie heeft welke rol? Waar moet iedereen staan?
Een maand eerder heeft de helikopterbemanning gerepeteerd. Blauwestad had geen helikopterplatform. Het bezoekersparkeerterrein op een schiereilandje in het aanstaande meer bleek daar een perfecte plek voor te zijn, en dus prijkt op die parkeerplaats nu een geschilderde cirkel, haast fluorescerend felwit. Een kruis in het middelpunt. En precies op dat kruis zet nu de majesteit voet op de grond waar eens halmen ruisten, maar die binnenkort onder water zal staan.
Beatrix is vijfentwintig jaar koningin, en in het kader van dat zilveren jubileum bezoekt ze alle provincies. De tournee start in Groningen. Later vandaag zal ze ook in Delfzijl gaan kijken.
Maar eerst moet ze nog even een kraan openzetten.
Een bewolkte dag is het, maar droog, en af en toe piept de zon tussen de wolken door. Het gezelschap staat te trappelen, net als het water trouwens, want de grond is allang geen rimpelloos vlakland meer, de afgelopen tijd is hier veel gebeurd. Als het een gezicht was, zou je het doorleefd noemen. Gegroefd. De grond zit vol voren en goten en geulen, smachtend om te stromen, het water wacht erop de weg van de minste weerstand te kunnen nemen.
Jan Postema is niet zenuwachtig, daar heeft hij sowieso niet zo snel last van. De directeur van Blauwestad heeft uitstekend geslapen. Vanochtend dronk hij, zoals elke ochtend, zijn glaasje karnemelk en at hij twee boterhammen met bosvruchtenjam.
Gekleed in donkerblauwe pakjes staan dik honderd groepvierkinderen uit Winschoten, Scheemda en Reiderland op bootjes, eerder hebben ze allemaal een flesje water in het meer mogen legen. Winschoter Shantykoor Maritiem is er klaar voor.
Onder gejuich, gewuif en vlaggengewapper stapt het staatshoofd uit. In stemmig marineblauwe mantel, met oranje hoed, dito tas en boeketje schrijdt ze naar de plek waar het allemaal moet gebeuren, commissaris van de Koningin Hans Alders, burgemeester Vlietstra en directeur Jan Postema in haar kielzog.
Hoe voelt een commissaris zich, op de dag dat hij er een nieuw dorp bij krijgt? Natuurlijk maakte hij zich druk, zal Alders jaren later desgevraagd over die dag zeggen, zal het allemaal wel goed verlopen? Maar, zegt hij, de trots overheerst, omdat Blauwestad na pittige discussies nu dan écht van start gaat. En hij is ook trots omdat het een wat recalcitrant plan is, tegen de stroom in.
Verbeelding aan de macht.
Kunstenares Erlinde Ulfkes overhandigt de koningin het schilderij dat ze voor haar heeft gemaakt, een beeltenis van een fantasiedier, half koe, half vis, en ze biedt het aan namens de bewoners van de Zuiderringdijk in Oostwold. Haar eerste gedachte – een Groninger boerderij die in een draaikolk verdwijnt – vond ze bij nader inzien toch ietwat te negatief.
Vanaf een houten stellage wordt live verslag gedaan.
En dan gebeurt het: de koningin draait aan een groot rad.
De kraan is open.
Na de plichtplegingen stappen de koningin, commissaris Alders en directeur Postema op het geïmproviseerde platform in de koninklijke helikopter. De eindbestemming is Appingedam, een kleine veertig kilometer verderop. Daar wordt, op landgoed Ekenstein, de afterparty gehouden waar alle notabelen nog even informeel met het staatshoofd kunnen praten.
Net als Hans Alders is ook Jan Postema apetrots. ‘Hier hadden we jaren naartoe gewerkt’, zal hij later zeggen. ‘Voor de hele organisatie was dit de kroon op het werk. Een wel heel echte kroon.’ De tocht met de koninklijke heli maakt veel indruk.
Terwijl de hotemetoten op landgoed Ekenstein het glas heffen op deze memorabele dag, en in Blauwestad het meer heel gestaag begint vol te lopen, loopt het land er leeg. Mensen stappen op de fiets of in de auto om huiswaarts te keren.
Op het verlaten feestterrein stapt Diny Steentjes kordaat op het wiel af. Ondeugend kijkt ze haar man Harry aan. Het water dat uit deze kraan stroomt zal binnenkort hun land verdrinken. ‘Zal ik…?’ Als een kraan open kan, kan hij ook weer dicht.
Ze doet het niet.