De Jonge Jan

Korte historie van de Jonge Jan

Het Tjalkschip 'De Jonge Jan' werd in 1889 gebouwd in Martenshoek aan het Winschoterdiep, bij scheepswerf Bodewes. Het schip voer vooral met graan, aardappelen, mest, wol, zand, grind, hout, kolen en hooi. Bij een eerste doorverkoop in 1903 werd het schip 'Elsje' genoemd, naar de vrouw van de pas getrouwde schipper. Op het schip werden drie kinderen geboren. In 1932 ging het schip over naar Ysse de Graaf en kreeg de naam 'Hoop op Zegen'.

Halverwege de vorige eeuw steeg het aanbod van vracht en werd het laadvermogen een aantal keer vergroot. Zeilen, vaarboom en jaaglijn maakten plaats voor varen op de motor. Rond de jaren '60/'70 werd niet langer met vracht gevaren. In 1996 werd het schip onder een nieuwe eigenaar uit Enkhuizen gereed gemaakt (letterlijk: opgetuigd) voor de chartervaart en kreeg het tevens zijn oorspronkelijke naam terug: 'De Jonge Jan'. Te ambitieus, zo bleek, en het schip strandde een tijdlang in Almelo, als zomerverblijf en bloemschik-leslokaal.

Henk de Vrieze zag in 2004 meer mogelijkheden voor de Jonge Jan. Hij nam het schip over en liet het grondig renoveren om het zo authentiek mogelijk weer op te bouwen. Via hem werd InVra plan eigenaar en wordt het schip tot op heden gebruikt voor commerciële en promotionele vaarten.

Scheepstype: Groninger Tjalk

Bouwjaar: 1889

Werf: Bodewes Martenshoek

Lengte over de stevens: 23,17

Breedte: 4,76

Laadvermogen: 112,309 ton

Holte: 1,72

Diepgang: 1,10 m

Motor: DAF 615

Thuishaven: Blauwestad

Uitgebreide historie van de Jonge Jan

Het tjalkschip 'De Jonge Jan' werd in 1889 in opdracht van Herm Westerop Lambertusz (1840-1902) uit Zwolle gebouwd in Martenshoek aan het Winschoterdiep door de rooms-katholieke scheepswerf van de gebr. Geert en Harmannus Bodewes. In 1898 werd door het sluiten van de Overeenkomst van Brussel het bepalen van de lading, aan de hand van de toenemende waterverplaatsing met het toenemen van de inzinking van het schip, van toepassing op vrijwel alle binnenvaartschepen. De meting van schepen werd vanaf 1899 tot de oprichting van de Scheepsmetingsdienst

in 1934 verzorgd door de Belastingdienst. De eerste meting van 'De Jonge Jan' werd voor Herm (in de meetligger als Harm geschreven) daardoor uitgevoerd in Zwolle op 17 september 1900. In het schip werd het ijknummer (Z 37 N) geslagen behorende bij het meetdistrict Zwolle. 'De Jonge Jan' werd gemeten op een lengte van 23,16m met een breedte van 4,75m. Het laadvermogen bedroeg met 1,52m afstand vlak grootst toegevoegde diepgang 95,564 ton. Met deze afmetingen was een schip verkregen voor interlokale vrachtvaart en aangewezen op de hoofdvaarwegen met een officiële diepte van 1,70-2,00m, zo doet blijken uit het provinciaal jaarverslag van 1896, want voor het binnenwater (tweedeklas wateren) was een holte van 1,15m toen nog wel maximaal.

Blijkens de hypotheekakte ten kantore van Zwolle was het schip op 17 januari 1903 in eigendom overgegaan naar Jan Alberts Slobben uit Avereest. Jan was twee dagen eerder getrouwd met Elsje Willems Kosters en vernoemde het schip naar haar: 'Elsje'. Op het schip werden drie kinderen geboren; Hendrik, Egberdina en Willem. Jan behield het schip tot 1925 toen hij overging op een 137 tons zeilkastschip/stijlsteven de 'Variatie'(Mp 45 N).

Nieuwe eigenaar van de zeiltjalk werd Ysse de Graaf uit Hoogeveen die het schip liet hermeten in Meppel op 3 maart 1932 onder ijknummer (Mp 600 N). Het heet dan 'Hoop op Zegen'. Een toepasselijke naam voor die periode. De jaren 1929-1940 worden meestal aangeduid als 'de crisisjaren' of als 'de grote depressie': een lange periode van krimp in de economie en van grote werkloosheid.

 

De Graaf voer, net als zijn voorgangers, met graan, aardappelen, mest, wol, zand, grind, hout, kolen enz. door heel Nederland en af en toe was er een uitstapje naar Luik in België.

De zeilende vrachtvaart kreeg door brandstofschaarste een opleving na de Tweede Wereldoorlog. Door het aantrekkende aanbod van vracht had De Graaf, inmiddels verhuisd naar Arnhem, het laadvermogen van het schip vergroot naar 101,112 ton door aanpassingen aan het schip zoals het verhogen van de den, zo is te lezen onder het ijknummer (A 13543 N) van de hermeting op 30 juni 1948 in IJmuiden. Vijf jaar later, in een periode van schaalvergroting en overgang naar gemotoriseerde schepen registreerde

De Graaf zijn schip bij het kadaster, een verplichting vanaf 1926. Hiervoor werd door het kadaster het kadastrale brandmerk 1111B Zwolle 1953 in het schip aangebracht aan bakboordzijde in het dek. Met de groei van het transport in los gestort bulkgoed vergrote De Graaf het laadvermogen in 1958 andermaal. Op 13 augustus, 1958 werd het schip in Groningen gemeten (G 9951 N). Het laadvermogen was gestegen naar 112,309 ton. De inzinking was inmiddels vergroot naar 1,72m en om verder tegemoet te komen aan de moderne tijd had De Graaf het schip uitgevoerd met een zijschroefinstallatie, een zogenaamde 'lamme arm'. De fundering van de motorsteun van de daaraan gekoppeld liggende Deutz 14/16pk is op het voordek nog terug te vinden. Bij slechte wind hoefde niet langer geploeterd te worden aan de vaarboom of jaaglijn.

 

De Graaf behield het schip tot 1975 in zijn eigendom, al was het toen al van zijn zeilende materiaal ontdaan en voer het al lang niet meer in de vracht.  Tonny van Gerven uit Rheden, mandenmaker in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, was de volgende  eigenaar. Hij plaatste in 1977 er een DAF 475 (een watergekoelde dieselmotor met directe inspuiting) in het schip, welke in 2014 is vervangen door een DAF 615.

 

Na verkoop in 1996 aan de heer Paul Warren werd het schip gereed gemaakt voor de chartervaart. Het schip kreeg zijn oorspronkelijke naam weer terug, de 'Jonge Jan', en werd in de zomer van 1997 in Stavoren door de firma Meindert de Groot Scheepstuigerij getuigd, waarbij het rondhout geleverd werd door de Staverse mastenmaker Jan van Dijk. De plannen bleken echter te hoog gegrepen en het schip de 'Jonge Jan' wisselde in 1999 wederom van eigenaar. De heer Coen J.T. ten Heggeler uit Almelo gebruikte het schip als leslokaal voor het bloemschikken en als zomerverblijf op een prachtige ligplaats in de haven van Almelo. Er werd niet meer mee gezeild, waardoor de zeilen al weer verkocht waren. De onderhoudstoestand van de rondhouten verslechterde snel. Op 23 januari 2004 ging het schip over in eigendom aan de heer Henk de Vrieze uit Scheemda die het als woonschip wilde gebruiken. Het schip had al geruime tijd geen onderhoud meer gehad en dat had de 'Jonge Jan' geen goed gedaan. Het schip werd bij Lex Tichelaar van de Scheepswerf Scheepsbouw- en Reparatie Friesland (SRF) in Harlingen volledig gerenoveerd en werd in ere hersteld. De romp en opbouw kregen een straalbeurt en werden volledig nieuw in de verf gezet, de zwaarden werden opgeknapt en het roer werd vervangen. De oude mast kreeg een plekje in een kroeg op Terschelling, want deze was niet meer geschikt voor zijn functie.

Van binnen werd het schip volledig gestript en werd het voorzien van vlakkenvet, opgebouwd met nieuwe bekabeling voor de elektriciteit, cv-verwarming, revisie van de DAF, opnieuw geïsoleerd en betimmerd. Echter door verandering van plannen van Henk werd een jaar later in 2005 InVra plan BV, een zusteronderneming van het Civieltechnisch Advies & Management bureau InVra plus BV, de eigenaar. Het kwam weer onder zeil en werd op aanwijzing van Tichelaar zo volledig mogelijk authentiek opgebouwd.

Het ruim werd geschikt gemaakt voor commerciële doeleinden en ingericht door Gea de Vrieze-Plat. Op 26 augustus 2006 voer het schip uit Harlingen naar de Hammingakade in het Winschoterdiep. Het schip werd in het holst van de nacht op 1 september uit het water getakeld om haar te kunnen transporteren naar het Oldambtmeer waar het op 28 april 2007, geflankeerd door zeilbootjes, sloepen en de Blauwestadboot, de openingshandeling van het meer verrichtte door dwars door een over het meer gespannen lint heen te varen.

Werd het schip de eerste jaren nog door Henry Zwiers geschipperd, zo staat sinds mei 2013 Ramon v.d. Veer aan het helmhout. De 'Jonge Jan' wordt voor vele commerciële als ook goede doelen gebruikt. Ook Sinterklaas gebruikt het schip al enkele jaren voor de intocht in Veendam, zo'n platbodem vaart nou eenmaal iets makkelijker door de kanalen dan zo'n enorme stoomboot...

 

Wilt u ook een keer meevaren aan boord van de 'Jonge jan'? U bent van harte welkom!

Neemt u a.u.b. contact op met het secretariaat van InVra plan voor meer informatie: emailadres

 

 

Deel deze pagina: